Jan Visser (Alkmaar 1879 – Haarlem 1961) was een veelzijdig Nederlands kunstenaar die een herkenbare plaats inneemt binnen het artistieke leven van de eerste helft van de twintigste eeuw. Hij bracht een groot deel van zijn werkzame leven door in Haarlem en Amsterdam. Zijn opleiding volgde hij van 1891 tot 1893 aan de Kunstnijverheidsschool in Haarlem, waar hij les kreeg van E.A. von Saher. Deze vroege scholing legde de basis voor zijn ambachtelijke benadering en technische veelzijdigheid.

Aanvankelijk was Visser vooral actief als graveur en lithograaf. Rond 1908 begon hij zich daarnaast steeds meer toe te leggen op schilderen en tekenen. In zijn werk toonde hij een brede thematische belangstelling: hij vervaardigde landschappen, portretten, figuurstukken, stads- en zeegezichten en bloemstillevens. Ook alledaagse scènes, zoals figuren in het stadsleven, behoorden tot zijn onderwerpkeuze. Visser werkte in uiteenlopende technieken en combineerde schilderkunst met aquarel, ets, tekening en lithografie. Naast zijn vrije werk was hij actief als illustrator voor dag- en weekbladen, waarmee hij een breed publiek bereikte.

Visser woonde en werkte tot 1903 in Haarlem, verhuisde vervolgens naar Amsterdam, waar hij tot 1927 bleef, en keerde daarna terug naar Haarlem. Daar speelde hij een belangrijke rol in het kunstonderwijs. Hij was directeur van de Vrije Haarlemse Schildersschool en gaf les aan verschillende kunstenaars die later hun eigen weg vonden, onder wie M. Bloemendaal, H.R. Mulder, S. de Vries en H. Wegener.
Binnen het kunstenaarsleven was Visser sterk betrokken bij verenigingen en netwerken. Hij was lid van St. Lucas, De Onafhankelijken, Kunst zij ons Doel en Arti et Amicitiae. In 1926 behoorde hij tot de oprichters van de kunstenaarsgroep De Brug. Jan Visser overleed in 1961 in Haarlem, de stad waarmee zijn naam blijvend verbonden is.

Zandvoorts Museum heeft het schilderij Jonge vrouw in de Blauwe Tram in de vaste collectie.
Lees hier het bijzondere verhaal over de vrouw op het schilderij.