Voor het vervoer van de vissen naar de vismarkt in Haarlem, gebruikte men een zogenaamde bot. Deze rieten mand werd bevestigd op de rug van de loper en kon wel tot 40 kilo aan vis bevatten. Op de bot werd een tweede mand, een zeiger, gezet met kleinere vissoorten. Ten slotte werd aan de arm van de loper een mand gehangen voor de garnalen. De loper, meestal een vrouw, moest dit gewicht ongeveer 4,5 kilometer met zich mee sjouwen vaak door het mulle duinzand.
Voordat de visloper de reis naar Haarlem begon, ontdeed men zich vaak van de klompen en kousen en ging blootvoet zijns weegs. Dat gebeurde bij de zogenaamde kousenpael die halverwege de Haltestraat stond. Het toenmalige restaurant-café De Kousenpael (nu restaurant-café Neuf) herinnerde zich daaraan.
Jan Snijer (1835 – 1920) was van 1850 tot 1911 koster van de Nederlands Hervormde Kerk, klok-opwinder, nachtwaker, doodgraver, kustlicht-ontsteker en omroeper in dienst van de gemeente.
Sijtje Draijer – van der Schinkel (1824 – 1908) was visloper uit Zandvoort. Zij liep op hoge leeftijd nog dagelijks met volle vismanden over het rulle zand van het Visserspad naar Haarlem.