Soms zijn kleine onbelangrijke zaken toch een klein bezit. Neem het pillendoosje van dokter Tichelaar. Zomaar in de collectie. Waar het vandaan komt of wie het geschonken heeft is onbekend. In deze tijd in meerdere opzichten echter heel toepasselijk. Dokter C.J. Tichelaar kwam begin jaren 1920 naar Zandvoort. Hij woonde in villa Minerva aan de Dr. Joh. Mezgerstraat 2. Daar had hij ook zijn praktijk zij het dat de ingang daarvan aan de kant van de Zeestraat lag. In die tijd liep de Zeestraat nog een stuk verder door. Tichelaar gaf veel om kinderen die het minder hadden. Hij haalde ze naar Zandvoort om aan te sterken. Aanvankelijk gebeurde dat bij hem thuis, toen nog villa “De Uitkijk” aan de Brederodestraat 119, daarna in Groot Kijkduin waar Tichelaar bestuurslid en toeziend arts was. Daarnaast besteedde hij veel aandacht aan een goed functionerende apotheek bereikbaar en betaalbaar voor alle patiënten. Dit pillendoosje is daaruit afkomstig. We zullen niet weten wat er in zat en voor welke patiënt.
In 1928 gaf Tichelaar in de krant een reactie op de uitbraak van een besmettelijke ziekte (roodvonk) op de SS Insulinde waarbij meerdere mensen ziek werden en overleden. Hij schreef: een normaal gereinigd schip zal niet de oorzaak zijn van nieuwe ziektegevallen. De opvarende zullen als dragers van de bacillen nieuwe personen hebben besmet. Het niet voldoende langdurige afzonderen van de patiënten maakt, ziek zijnde of niet, dat ze nog wekenlang bacillendragend en –verspreidend kunnen zijn! Een tekst die we vandaag de dag maar al te goed kennen. (geschreven in corona-tijd).