Wie op het Gasthuisplein langs het oude Zandvoorts Museum loopt, ziet haar meteen. Arendje van der Mije staat er in brons, met een zware vismand op haar rug. Het beeld herinnert aan een verdwenen beroep: dat van de Zandvoortse visloper. Arendje werd op 31 oktober 1843 in Zandvoort geboren. Ze groeide op in een vissersdorp waar het leven nauw verbonden was met de zee.
Arendje trouwde met Floris Molenaar, die bekendstond als ‘de Bokkum’. Samen kregen zij tien kinderen. Het gezin woonde aan de Schulpweg, bij het Schelpenplein. Floris werkte eerst als visser. Later werd hij dorpsomroeper en visafslager. Het gezin moest verschillende inkomsten combineren. In de zomer verkochten Arendje en Floris bovendien ‘lekker zuur’ vanaf een handkar. Dat gebeurde aan de Strandweg.
Arendje overleed op 24 maart 1931, 87 jaar oud.
Meer dan veertig jaar later kreeg ze opnieuw een plek in het dorp. Beeldhouwster Bep Sturm van den Bergh maakte haar bronzen portret. Het beeld werd in 1972 onthuld. De beeldhouwer verwerkte opvallend veel details in het beeld. De grote mand bestaat uit een ‘bot’ en een ‘zeiger’. Aan haar arm hangt een kleinere mand. Daarin zitten een kopje en een mesje. Met het kopje werden porties garnalen afgemeten. Het mesje diende om vis schoon te maken.
Arendje staat daarmee symbool voor een vergeten generatie Zandvoortse vrouwen. Vrouwen die werkten, handelden en gezinnen draaiende hielden. Hun voetstappen liggen nog altijd verborgen in het landschap tussen Zandvoort en Haarlem.